VAN DE VOORZITTER
De maand mei is weer in het land met de jaarlijkse herdenking op 4 mei en de viering van bevrijdingsdag op 5 mei. Het artikel van Aartje Kmijning gaat hierop in. Helaas gaan door het MKZ-besmettingsgevaar een tweetal excursies voor onze leden voorlopig niet door. Zekerheidshalve is één excursie verschoven naar november en een ander uitgesteld tot nader order, zie de agenda. Dankzij inspanningen van het bestuur ligt ons verenigingsblad sinds kort ter inzage in de plaatselijke leeszaal. De jaarlijks ledenvergadering was zeer geamuseerd, mede door de verkiezing van de nieuwe naam van ons blad. De voorzitter van de jury, mevrouw I. van Herwerden, gaat op de naamsverkiezing verder in. De traktatie in de pauze, een glaasje BrüngdeM'ijn mb/ gurzijnen, zal aan de sfeer zeker hebben bijgedragen! Een zeer indringende oproep werd gedaan naar alle leden om te bezien of iemand zich beschikbaar wil stellen voor bestuurstaken. Er wordt op dit moment teveel werk verricht door maar enkele personen. Op deze oproep zijn nog geen reacties binnengekomen. Na de pauze werd een razend interes sante film vertoond over de haringvisserij met de vleet. Dit vissen met de vleet is inmiddels historie, maar onze springlevende vereniging gelukkig nog lang niet! Met de nieuwe naam van ons blad kunnen we genist de toekomst in.
B.E. van Geenen (voorzitter)
VOOR DE RATEL GAET
In het vorige Berichtenblad stond een prijsvraag voor een nieuwe naam. Klaas Westland vroeg mij namens het bestuur om een jury te vormen en met een voordracht te komen waar de ledenvergadering uit zou kunnen kiezen. De volgende personen heb ik gevraagd en zij waren bereid mee te denken: o de heer Gerrit Jongerden, namens de Huizer Dialect Werkgroep o de heer Andries Lohmeijer, namens de Stichting Klederdracht Gerrie Otten
• mevrouw Aartje Kruijning, namens de Historische Kring Huizen.
Daar ikzelf de Stichting Huizer Museum vertegenwoordig, leek dit een breed historisch draagvlak voor een jury. Tot mijn verbazing en onze grote vreugde kregen we zeer veel inzendingen. Zoveel, dat Aartje al met vakantie was toen er nog een hele stapel inzendingen binnen kwam. Daarop hebben we een nieuw jurylid erbij gevraagd: mevrouw C. Hannaart-Bunschoten van de klederdrachtgroep. Totaal kregen we 36 inzendingen van 10 verschillende inzenders. Een aantal leuke inzendingen hebben de voordracht niet gehaald. Een paar voorbeelden: de Toethoorn, (Huizer) Dorpspraat, 't (ouwe) Darp, Historisch Nieuwsblad. Op de voordracht voor de ledenavond stonden uiteindelijk de volgende namen: o De Ratel gaet
• De Kaekel (van kakelen/praten)
• 't Klaphek (meer symbolische betekenissen: klappen=vertellen,praten; hek gaf toegang tot de meent, schuin geplaatst, klapte zelf dicht; uit de historie klappen) o Huizer Kroniek (verhaal dat feiten vermeldt, jaarboek, serie artikelen)
• Vroegerennu. HKH (moderne computerschrijfwijze).
Op de ledenvergadering werd voorgesteld van de laatste naam te maken 'Vrogerennou.HKH'. Hier leek geen bezwaar tegen. De namen Huizer Kroniek en De Kaekel kregen ieder drie stemmen, 't Klaphek kreeg 6 stemmen en De Ratel gaet kreeg samen met Vroegerennu.HKH ieder 10 stemmen. Als de stemmen staakten zou het bestuur kiezen. En toen is het geworden: De Ratel gaet. De ratel is een bekend iets, dat de Omrooper gebruikte om nieuws rond te brengen. Als de Omrooper in de buurt was en men de Ratel hoorde, zei men: 'Ssstt, de ratel gaet' ten teken dat men stil moest zijn om het nieuws te kunnen horen. Dus als het blad uitkomt, zullen alle abonnees ook gaan roepen: 'Ssstt, De Ratel gaet is er', ten teken dat ze lust willen om het blad te kunnen lezen. Voor alle buitenluiers (= niet-Huizers): de ae uit gaet, spreekt men uit als de ee in meer of peer, een soort i dus. Ik wens 'De Ratel gaet' een goede toekomst met veel interessante kopij en veel lezers toe.
Ineke van Herwerden-Eendebak (juryvoorzitter)
RATEL
Zoals u ziet heeft de jury bijzonder veel tijd en energie gestoken in het vinden van een nieuwe naam voor ons blad. Uiteindelijk is een voordracht gekomen met de leuke en originele naam: 'de Ratel gaet'. Helaas kan, tot onze grote spijt, de redactie deze aanbeveling niet volledig volgen en heeft zij gekozen voor de ingekorte naam de 'Ratel'. Wij spreken echter de hoop uit, dat u toch vier keer per jaar zult zeggen: 'Ssstt, de ratel gaet'! De rubriek 'van de voorzitter' dopen we in ieder geval om tot 'De Ratel gaet'. Namens de redactie onze grote dank voor alle inzenders, voor de leden van de jury en in het bijzonder voor de voorzitter van de jury!
Wendy van Noppen (hoofdredacteur)
STA EVEN STIL BIJ ONS MONUMENT
Aartje Kruijning
De bezetting van Nederland lijkt heel lang geleden. Maar de mensonterende overheersing van Nazi-Duitsland staat bij velen van ons in het geheugen gegrift. Het bestrijkt een periode van zes jaar, te weten 1939-1945. In de eerste klas van de lagere school zat ik, toen ons werd verteld dat *het Koninginnefeest (31 augustus 1939) niet door zou gaan. Misschien zou er wel oorlog komen! In datzelfde jaar moesten de Nederlandse autobezitters, waaronder mijn vader, hun auto afstaan. Op de Ceintuurbaan, tegenover het Oude Kerkhof, stond een lange rij auto's, waar die van mijn vader achter moest staan. 'Go', zei ik, 'Va.. . da's erg!' Vader knikte en zei: 'als het maar niet erger wordt! Er moeten nu ook veel vaders opkomen als soldaat en die moeten ook in een rij gaan staan en. . . ' , verder kwam hij niet. Later... teruglopend naar huis zei hij nog: 'dâ's erg hoor... van die vaders, begrijp je dat wel?' Daarop knikte ik en zei: 'tuurlijk, da's hartstikke erg!' Bij het klimmen der jaren ben ik er 'zeker' achter gekomen hoe erg het is geweest. Tot op de dag van vandaag luister en lees ik over deze trieste tijd. In het jaar 1939 gebeurde er nog iets ergs. Onze meester (meester Kuysten Jr) moest ook soldaat worden. Op een middag kwam hij in de klas afscheid van ons nemen. Gelukkig heeft hij de oorlog overleefd, maar ik heb hem nooit meer terug gezien. In die dagen moesten er jonge mannen en vaders opkomen en soldaat zijn om ons land te verdedigen. Anderen 'doken onder', ik had er geen notie van wat dat betekende. De datum 10 mei 1940 staat ook bij mij in het geheugen gegrift. Toen was het dan ook oorlog en kort daama de bezetting door de
Gorredijk    1946    Mannenfiguur Duitsers. Het zijn zes droevige jaren geworden. Dat heeft geduurd tot 5 mei 1945. Toen de oorlog voorbij was, waren er meer dan tweehonderdveertigduizend Nederlanders gestorven ten gevolge van directe oorlogshandelingen of maatregelen van de bezetter. Die tijd is bepalend geweest voor veel gezinnen. Zeker toen je hoorde dat er bekenden waren omgekomen, mensen die 'onder ons' geleefd hebben. In het gebouw van de Tweede Kamer aan het Binnenhof in Den Haag ligt een erelijst met de namen van 17.500 gevallenen. Sinds 4 mei 1960, de dag waarop het monument werd onthuld, slaat men elke dag een bladzijde om. Dat betekent dat binnen een periode van ongeveer twee jaar elke naam een keer zichtbaar is geweest. Na de oorlog heeft een comité in Huizen aandacht gevraagd voor een monument. Een herinneringsmonument, opdat wij de slachtoffers van het oorlogsgeweld niet zouden vergeten. Ons monument is een geschenk van de bevolking en de gemeente Huizen en in 1948 onthuld; maar bijna niet in de aandacht geweest bij de nationale dodenherdenking op 4 mei. Ook is er een plaquette gemaakt, waarop men de namen kon lezen van onze doden. Inmiddels is er een namenlijst bekend geworden en zal op een plaquette worden bewaard voor altijd.
Het monument in Huizen is in 1947 ontworpen door N.A. van der Kreek (beeldhouwer) en D.R. Hueting (architect). Van architect Hueting lezen we niets meer, maar beeldhouwer N.A. van der Kreek heeft nog een aantal beeldhouwwerken gemaakt als oorlogsmonument, deze staan in:
Algemene Begraafplaats Eibergen    1948    Twee mannenfiguren (lijkt op Huizer monument, maar dan gespiegeld)
Ermelo 1948 Vrouwenfiguur Horsterweg IJmuiden 1948 Beeldengroep Plein 1945
Varsseveld    1949    Beeldengroep    Entinkweg
Bussum    1949    Vrouwenfiguur    Dr. Frederik van Eedenweg
Harderwijk    1950    Vrouwen & mannenfiguren    Plantage
Nijkerk        Vrouwenfiguur (samen met J. Bouwens)    Van Reenenpark
Bergen op Zoom 1954    Kind- en vrouwenfiguur    Arnoldus Asselbergsstraat (De genzeente Bergen op Zoonl plaatste in 1974 een plaqllette bij het beeldh011vvvverk met alle van plaatselijke verzetsstrijders. Bergen op Zoonl had al drie straten vernoellld naar verzetsstrijders; de overige 15 ncvnen kvvcvnen nergens voor. Me/ he/ plaatsen van de plaquette werd dit rechtgezet).
4

Ons monument
Aan de bovenkant van links naar rechts staat: ' Vader Indien Mogelijk daaronder staat: 'Ter herinnering aan hen die hun leven lieten voor de vrijheid, 1940-1945. De woorden 'Vader indien mogelijk' komen uit Mattheus 26:39 en werden uitgesproken door Jezus bij Zijn kruisiging. De volledige tekst luidt: 'Vader indien mogelijk, laat deze drinkbeker aan Mij voorbijgaan, maar Uw wil geschiede'. De beeldhouwer en de architect schrijven bij hun ontwerp 'Twee mannenfiguren' voor de gemeente Huizen (NM): 'In deze laatste, dramatische ogenblikken, waarbij het ene slachtoffer al dood ter aarde stort, richt de andere zich met zijn laatste energie op als om de hemel aan te roepen, de idee, waarvoor zij zullen sterven, te helpen overwinnen. Zij beelden twee strijders, een burger en een militair uit, die voor een hoge muur worden terechtgesteld. Als voorstelling heeft deze muur iets van het beklemmende van een gevangenismuur met een getralied venster en een lichtgat. Ze heeft ook iets van het verhevene door haar hoogte en versterkt de uitbeeldingskracht van de staande figuur. Een sterk contrast vormt de vallende figuur, het volbrachte offer'. Architect en beeldhouwer trachtten in dit in 1947 opgerichte beeld iets te geven van wat ieder ondergaat, wanneer hij zich indenkt hoe deze mensen gestreden en geleden moeten hebben. Kort na de onthulling is de dodenherdenking verplaatst naar de zandgroeve 'Rijsbergen' van de kalkzandsteenfabriek aan de Blaricummerstraat. In deze zandgroeve Zijn drie verzetsmannen doodgeschoten. Op de executieplaats is ook een klein gedenkteken opgericht. De reden voor de verplaatsing van de herdenking is mij onbekend. Nu, in 2001, moest 'het beeldhouwwerk' helaas worden verplaatst. Gelukkig heeft men er een goede plaats voor gevonden, namelijk Ceintuurbaan, hoek Prins Bernhardplein. Ook wordt er aandacht besteed aan de vele namen van de slachtoffers uit Huizen. Straks zult u op een plaquette hun namen kunnen lezen. Ook zal de jaarlijkse dodenherdenking weer terugkeren naar ons oorlogsmonument. Laten wij ook hen niet vergeten, die een geliefde hebben verloren. Hun verdriet is niet te pijlen. Zij zijn het die het nooit vergeten.
Literatuur: Wim Ramaker, 'Sta een ogenblik stil. . . , monmnenlenboek 1940/1945 ', Kampen
DE VOORSTELLING NAARDEN EN ANDERE BUITENWERKEN VAN DE VESTING
J.S. van Wieringen
Redactie: eeuwenlang heeft de vesting Naarden het gebied van 't Gooi op diverse wijzen beïnvloed. Zo is Huizen door Naarden belegerende troepen in de loop der eeuwen diverse malen geplunderd.. Maar uit dit artikel blijkt, hoe ook het landschap rond Huizen werd beïnvloed. Had u bijvoorbeeld gedacht dat er rond Huizen nog loopgraven liggen? Hoewel dit artikel reeds eerder verscheen in "de Omroeper" van de historische vereniging van Naarden, vindt de redactie het toch een verrijking van de kennis van de historie van Huizen. Te meer daar een groot deel van de resten van de Voorstelling in en rond Huizen liggen. Dit artikel verschijnt gelijktijdig in het blad 'Tilssen Vecht en Eenl '. De redactie van dat blad heeft het typewerk voor haar rekening gencnnen, waarvoor onze dank. Bij dit artikel hoort een bronverntelding en een uitgebreid notenapparaat; wegens ruilntegebrek hebben we beide achtenvege gelaten. Op aanvraag zijn deze verkrijgbaar. Het hout, dat vrijkvval)l biPcle sloop van de loopgraven werd opgeslagen op een terrein bij de haven van Huizen. Met dit slooph011t is in 1921 de Inuziektent op het Oude Raadhuisplein gebouwd. Wij wijzen u verder op de [jetsexcllrsie naar de resten van de Voorstelling van Naarden op zglecdgg novenlber zie de doorlopende agenda. 1980

Niet alleen in de vesting Naarden, maar ook daarbuiten vindt men overblijfselen van militaire bouwactiviteiten. Sommige, zoals het fort Ronduit, liggen vrij dicht bij de vesting; andere, zichtbaar door resten van betonnen schuilplaatsen op het kampeerterrein Franse Kamp ten zuiden van Bussum, liggen er verder vandaan. Over deze laatste restanten zullen we het voomamelijk hebben in dit artikel. Vaak zijn ze zonder veel moeite te dateren. Zo stammen de genoemde betonschuilplaatsen uit 1918; toen schuilplaatsen van hetzelfde type ook elders in het land (onder andere bij Utrecht en Spaarndam) werden gebouwd. Andere Zijn niet meer dan aarden wallen, droge grachten en allerlei raadselachtige kuilen die minder gemakkelijk thuis te brengen Zijn, maar uit dezelfde periode komen.
Van vestingoorlog naar linie-oorlog
Al deze werken horen tot de buitenwerken van de vesting Naarden. Ze hebben een lange voorgesclhiedenis en daar willen we eerst op ingaan. Driehonderd jaar geleden, toen de vesting Naarden opnieuw werd gebouwd, was dat in een tijd dat oorlogen uitsluitend werden gevoerd om het bezit van vestingen. Een gewonnen veldslag en het afstropen van het platteland leidden tot niets, wanneer zij niet gevolgd werden door de verovering van een of meer vestingen. Want vanuit een vesting kon het garnizoen de gehele omringende landstreek beheersen. De verovering van een vesting was een grootscheepse operatie die maanden kon duren. Eerst werd de vesting omsingeld om hulp van buiten te voorkomen. Vanwege die omsingeling moest een vesting naar alle zijden verdedigd kunnen worden. Al in de achttiende eeuw begon daar verandering in te komen. Het zwaartepunt van de landsverdediging verschoof van de verdediging van afzonderlijke vestingen naar de verdediging van aaneen gesloten linies. De vesting Naarden werd een onderdeel van een van die linies, de Hollandse Waterlinie. De oostelijke helft van de vestingwal werd opgenomen in die linie. Aansluitend daaraan zou naar het zuiden het land onder water worden gezet en naar het noorden werd de strook buitendijks land tussen de vesting en de Zuiderzee versterkt. De ontwikkeling van vesting naar linie, leidde tot de bouw van de eerste buitenwerken van Naarden. In 1747 is aan de kust een klein verdedigingswerk, een redoute, gebouwd op de plaats waar nu het fort Ronduit ligt. In 1785 werd deze redoute door een verdedigingswal verbonden met de vesting en twee jaar later werd de sluis in de Karnemelksloot, die nodig was voor de inundatie, beveiligd door de aanleg van twee verdedigingswerkjes (zogenaamde lunetten), daar waar tegenwoordig de Batterijen aan de Karnemelksloot liggen. Bij een aanval op de Hollandse Waterlinie zou deze verdedigd worden langs de lijn Karnemelksloot / oostelijke vestingwal / kustredoute; de westelijke wal van de vesting werd van ondergeschikt belang geacht. Toen de vesting rond 1875 werd gemoderniseerd, kwam dit duidelijk aan het licht: op de oostelijke wallen werden gevechtsopstellingen gebouwd, op de westelijke gebouwen kwamen ondersteunende taken, zoals het vestinghoofdkwartier, het hospitaal en de bakkerij.

Verschanste kampen
Een volgende evolutie was dat men vestingen ging zien als steunpunt voor aanvallend optreden. In de negentiende eeuw, na de Napoleontische oorlogen, werd offensief optreden, uitlopend op een veldslag, gezien als het belangrijkste middel om een oorlog te beslissen. Het leger moest zich niet laten opsluiten achter zijn verdedigingslinies maar, als de gelegenheid gunstig was, door de linie heen de vijand tegemoet trekken. Bij de Waterlinie met zijn brede inundaties waardoor slechts enkele dijken en wegen voerden, was

dat maar op enkele plaatsen mogelijk, eigenlijk alleen aan de zuidoostzijde van Utrecht, waar op de Houtense vlakte rond 1820 een rij van vier lunetten was gebouwd. Tussen de lunetten en de stad was ruimte voor een legerkamp van waaruit de troepen konden deboucheren op de Houtense vlakte, die te hoog lag om geïnundeerd te kunnen worden. Ook op andere plaatsen waren zulke 'verschanste kampen' gebouwd, onder andere bij de vestingen 'sHertogenbosch en Nijmegen. Ook Naarden zou in de negentiende eeuw zijn verschanste kamp krijgen. In 1844 is zo'n kamp voorgesteld door de latere generaal Van de Polder. In die jaren waren bij 's-Hertogenbosch de verschanste kampen Vught en Hintham in aanbouw. Ook in het noorden van de Nieuwe Hollandse Waterlinie wilde men een verschanst kamp om op de Gooise zandgronden aanvallend te kunnen optreden. In 1850 was het de bedoeling zo'n kamp te maken bij 's-Graveland, maar een studie uit dat jaar toonde aan dat Naarden beter zou zijn, vooral omdat het een veiliger verbinding had met het gebied achter de inundatie bij Weesp en Muiden. In 1850 en 1853 is het plan voor Naarden nader uitgewerkt. Er zouden enkele veldwerken komen aan de zuidoostzijde van de vesting op ongeveer 1000 meter van de buitengracht. Deze zouden pas in oorlogstijd worden aangelegd; omdat de Waterlinie ver van de grens lag verwachtte men dat de vijand er pas na twee of drie maanden zou verschijnen. In 1858 werd op schrift gesteld wat er in de Waterlinie allemaal zou moeten gebeuren bij het uitbreken van een oorlog; daaronder ook de aanleg van een aantal veldwerken in de lijn: sluis Karnemelksloot/Galgebrug/buitenplaats 'Kommerrust' ten behoeve van het verschanste kamp. De in die jaren gangbare opvatting over het verschanste kamp bij Naarden werd kernachtig verwoord door kapitein J.K.H. de Roo van Alderwerelt. Deze schreef in 1864 in 'De Militaire Spectator': dat men bij Naarden ter wille van een actieve verdediging van de Waterlinie een geretrancheerd kamp had kunnen maken, maar de bouwmeesters der Utrechtsche linie hadden het denkelijk te druk met hunne prachtige torens om aan geretrancheerde kampen te denken.. Intusschen wat vroeger verzuimd is kan niet meer hersteld worden. Er kan thans geen geld meer besteed worden voor een geretrancheerd kamp bij Naarden, al moge het waar zijn, dat hiervoor slechts eenige werken op het hooge terrein tusschen Bussum en de stad noodig zouden zijn. Wij zullen ons nu moeten behelpen met veld- werken, in tijd van oorlog aan te leggen, of anders van alle offensieve bewegingen aan deze zijde afmoeten zien.' Toch werd nog geen twee jaar later besloten om drie permanente werken te bouwen op de heide ten zuidoosten van het dorp Bussum; het middelste van deze drie bestaat nog steeds en is te vinden achter het theater 't Spant. Vanwaar deze plotselinge ommekeer? Allereerst is er een politieke reden. Na de oorlogen van Pruisen tegen Denemarken in 1864 en tegen Oostenrijk in 1866 was het Nederlandse verdedigingsplan opnieuw bekeken en te licht bevonden. Er was altijd van uitgegaan dat het enkele maanden zou duren voor de vijand het Nederlandse veldleger tot achter de Waterlinie teruggedreven zou hebben. Met het nieuwe Pruisen aan de oostgrens kon er echter op niet meer dan een of twee weken worden gerekend. Voor de bouw van allerlei veldwerken was dat niet genoeg. Daarom werd in 1866 besloten om zowel bij Utrecht als bij Naarden al in vredestijd permanente werken te bouwen. De reden dat deze nieuwe werken bij Naarden zoveel verder van de vesting lagen dan in de vroegere plannen was een militair-technische: rond 1860 was in de Europese legers een nieuw soort geschut ingevoerd, het zogenaamd getrokken geschut. Dit schoot veel verder en nauwkeuriger dan de oude kanonnen. De gevolgen waren zo revolutionair dat alle militaire handboeken herschreven moesten worden en ook de vestingbouwkunde moest grondig worden vernieuwd. Borstweringen en dekkingen moesten zwaarder, droge grachten moesten dieper worden en metselwerk aan de zijde van de vijand moest achter nog hogere wallen schuilgaan om voor het directe vuur van de aanvaller beschermd te worden.
Het Offensief bij Naarden

Geschutsopstelling van een kanon 15 CIII brons kort, ergens in de bossen rond Huizen De plannen van 1866 behelsden bij Utrecht een ruim opgezet verschanst kamp op de Houtense vlakte, tussen de oude lunetten en twee nieuw te bouwen forten. Dit werden de grootste forten die in Nederland ooit Zijn gebouwd: Rijnauwen en Vechten. Bij Naarden was het plan bescheidener: op de eng ten zuidoosten van Bussum zou een fort worden gebouwd op 2000 meter van de buitenste gracht van de vesting. Door deze grotere afstand tot de vesting, noodzakelijk geworden wegens het getrokken geschut, werd het bovendien mogelijk om troepen te legeren op de hoge gronden bij Jan Tabak. Dit plan met zijn enkele fort was geen echt verschanst kamp; bij een serieuze aanval zou het al spoedig verlaten moeten worden. Daarom wordt vanaf 1866 gesproken van 'het Offensief bij Naarden'. Het plan werd uitgewerkt door de Commissie Ontwerp Offensief Naarden. Aangezien een deel van het voorterrein vanuit het fort niet te overzien swas, werd bij nader inzien, behalve het fort, aan weerszijden een aardwerk gebouwd, bij de Gooische Boer en bij het huidige station Bussum-Zuid. Het fort zou zelfstandig moeten kunnen standhouden en in oorlogstijd permanent bezet moeten Zijn, terwijl de beide vleugelwerken alleen bezet zouden worden als het Offensief betrokken zou zijn door mobiele troepen. De commissie maakte een ontwerp voor het fort maar het fort dat uiteindelijk tussen 1868 en 1870 werd gebouwd ziet er heel anders uit. De wal van het fort lag achter een diepe gracht die werd verdedigd door een vrijstaande muur met schietgaten. Op de hoekpunten heeft de muur uitspringingen van waaruit de gracht met geweervuur kan worden geflankeerd; in oorlogstijd zouden deze uitspringingen een dak krijgen van hout en aarde. Zo'n droge gracht met 'gecreneleerde muur' werd in Pruisische forten in die tijd vaak toegepast. maar in Nederland is hij uniek. Het hoofdwerk in Bussum staat dan ook terecht op de monumentenlijst! De gecreneleerde muur liep oorspronkelijk door aan de achterzijde van het fort; nu is daar een deel van de muur afgebroken. Binnen het fort staan twee bomvrije gebouwen en er is een poterne (een tunnel onder de wal door) van het binnenplein naar de droge gracht.

De drie werken van het Offensief werden in 1868 aanbesteed en op I mei 1870 werden ze opgeleverd. Ze waren dus nog gloednieuw, toen op 16 juli het leger werd gemobiliseerd wegens de oorlog tussen Frankrijk en Pruisen. In het Hoofdwerk werden 100 man gelegerd. Het moet geen aangenaam verblijf zijn geweest, want er was een groot gebrek aan water. Na de demobilisatie werd dan ook geadviseerd een pomp te slaan. Over het doel van het Offensief was er binnen het leger veel verschil van mening. Tussen de beide uitersten -het Offensief als basis voor uitgebreide offensieve operaties en opheffing van de vesting Naarden met Offensief en al- waren er vele andere mogelijkheden die stuk voor stuk wel hun verdedigers hadden. Wat het laatstgenoemde uiterste betreft: er is al lang voor de opheffing van de vesting Naarden in 1926 sprake geweest van de wenselijkheid om de Waterlinie niet bij Naarden, maar verder westelijk aan de Zuiderzee aan te laten sluiten. Voor het eerst was dat rond 1850 toen er druk werd gewerkt aan de verbetering van de vesting Muiden. De voorstanders van Naarden voerden aan dat het geïnundeerde polderland


Tekening batterij E aan weerszijden van de Naarderstraat, links onder terrein Erica bij Muiden alleen passieve verdediging toeliet, terwijl men vanuit Naarden de mogelijkheid had om aanvallenderwijs tegen de vijand op te treden. Dit argument gaf de doorslag; de bovenvermelde memorie uit 1858 stelt zelfs: 'de hoofdbestemming van Naarden is om offensieve bewegingen uit te kunnen voeren'. Naarden bleef dus een vesting. Gelukkig maar, want in die tijd gold, dat vestingen na opheffing gesloopt moesten worden, omdat ze anders in oorlogstijd nog nut zouden kunnen hebben voor de vijand. Prachtige vestingen, zoals Coevorden, Grave en Bergen op Zoom is Nederland op die manier kwijt geraakt. Omstreeks 1890 is er opnieuw sprake geweest van opheffing van de vesting Naarden. In 1888 had een studie van de Hoogere Krijgsschool uitgewezen dat Muiderberg een beter noordelijk eindpunt van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zou zijn dan fort Ronduit en de vesting Naarden. Dit zou wel de bouw meebrengen van een nieuw fort bij Muiderberg en daar voelde de minister weinig voor. Na veel wikken en wegen werd in 1894 besloten om toch Naarden te handhaven, maar het te versterken door de bouw van betonschuilplaatsen voor de infanterie in de oostelijke buitenwal. Van 1895 tot 1906 zijn er twaalf van deze schuilplaatsen gebouwd. De officiële opvattingen over het Offensief lagen ergens tussen de genoemde twee uitersten in. In een commentaar van Inspecteur der Genie Van Hart Beek op de plannen van 1866 zet hij vraagtekens bij hét nut van het Offensief als basis voor aanvallende bewegingen. Hij verwacht dat de vijand bij een aanval op de Waterlinie zijn hoofdmacht zal legeren bij Baarn, terwijl de Nederlandse hoofdmacht zal liggen bij Utrecht. Bij een uitval vanuit het Offensief zal men daarom niet veel verder komen dan het oven•ompelen van enkele voorposten rond Laren, Blaricum en Huizen; de vijand kan immers uit Baarn veel sneller versterkingen aanvoeren dan de Nederlanders vanuit Utrecht. Dat wil niet zeggen dat hij een tegenstander is van het Offensief. Integendeel, hij acht het Offensief bij Naarden van het grootste belang als opvangstelling van het Veldleger als dat zich moet terugtrekken op de Waterlinie. 'Uit dat gezigtspunt is dan ook de positie van Bussum in vroeger tijd steeds beschouwd geworden'. De minister schreef hierbij in de kantlijn: 'Dit is het hoofdpunt en in dien zin moeten de werken worden aangelegd'.

Uitbreiding van het Offensief
Ofschoon het Offensief dus allereerst was bedoeld als opvangstelling voor het terugtrekkende Veldleger, bleven veel militairen het toch ook zien als uitvalsbasis voor aanvallend optreden. In 1869, als de bouw nog in volle gang is, wordt al gesproken van het tweeledige doel: wijkplaats voor het uit de IJssel- of Grebbelinie terugtrekkende Veldleger en geretrancheerd kamp 'ten einde uitvallen te doen en 's vijands flank te bedreigen, in verband met offensieve bewegingen van onze zijde uit de stelling bij
13
Utrecht. Tot het doorstaan van een geregeld beleg is het Offensief niet bestemd'. In 1874 trok de brochure 'De Nieuwe Hollandsche Waterlinie en hare verdediging naar de eischen des tijds' veel belangstelling. Hij was geschreven onder de schuilnaam Kainos door W. Badon Ghijben, docent Genie aan de Koninklijke Militaire Academie. Hij wilde een meer actieve verdediging door steunpunten te bouwen dicht v66r de inundatie. Een zo'n steunpun was een tot verschanst kamp uitgebouwd Offensief bij Naarden. Generaal Weitzel, de Minister van Oorlog, was het hiermee eens maar dit zou leiden tot zijn ontslag als minister. Hij zette op de begroting voor 1875 een post om het Offensief uit te breiden tot een volledig verschanst kamp achter een kring van forten. Maar de Tweede Kamer voelde hier niets voor en de minister stapte op. Het omgekeerde gebeurde overigens in 1909 toen generaal Snijders, de Chef van de Generale Staf afviel als kandidaat-minister omdat hij in 1907 had voorgesteld om een pantserfort te bouwen bij Naarden als uitgangspunt voor offensief optreden buiten de Waterlinie. In 1874 ging het verschanste kamp dus niet door, maar het Offensief werd wel in 1877 aan de westzijde verbonden met de inundatie. Oorspronkelijk was daarvoor een batterij bij Het Spiegel gepland, maar daarmee kwamen de militairen net te laat. In 1874 was de spoorlijn Amsterdam-Amersfoort geopend en deze werd het begin van de enorme uitbreiding van het dorpje Bussum. De villabouw begon in Het Spiegel. De nieuwe bewoners en de bouwmaatschappijen verzetten zich tegen de plannen voor de batterij met Zijn verboden kringen, waarin niet gebouwd zou mogen worden. Dus werd de batterij wat verder naar het zuiden gebouwd, aan de Koedijk. Een tweede batterij, genaamd 'Vooruit Bussum', kwam te liggen tussen de batterij aan de Koedijk en het rechter vleugelwerk, op de plaats waar nu het zwembad ligt. De beide batterijen bestonden slechts uit aarden wallen. Batterij Koedijk had een natte gracht en Batterij Vooruit Bussum, net als de drie oude werken, een droge gracht. Het Offensief bestond na 1877 dus uit 5 werken, die ook werden aangeduid als: Werk 1 t/m 5. Werk I was Koedijk, 2: Vooruit Bussum, 3: Rechter vleugelwerk, 4:
Hoofdwerk en 5: Linker vleugelwerk. Alleen Werk 4 had permanente gebouwen en het is ook het enige van de vijf dat nu nog bestaat.
Tot 1914 is het Offensief in deze toestand gebleven; ook de discussie die in 1880 ontstond over de inrichting van het Offensief heeft daar niets aan veranderd. De infanterist A.R. Krayenhoff van de Leur -die het Offensief nog altijd zag als uitvalsbasis voor grootscheeps offensief optreden- betoogde in dat jaar dat het bestaande Offensief onbruikbaar was omdat het beheerst werd vanaf 20 meter hoger gelegen terrein dat niet meer dan 2 Ian ervan verwijderd lag. Om dit te verhelpen stelde hij een veel verder van Naarden gelegen omtrek voor: van de mond van de Eem over Eemnes-Buiten en de hoogten aan de noordwest rand van het toen nog kleine dorp Hilversum naar de 'sGravelandsevaart. Hij dacht daar in oorlogstijd in 10 dagen een veldstelling aan te kunnen leggen. Dat laatste klonk weinig geloofwaardig maar de hoofdreden waarom zijn plan weinig steun kreeg was dat het Nederlandse leger in die tijd te klein was om zo'n uitgebreide stelling voldoende te kunnen bemannen. Pas na de grondwetsherziening van 1887 is het wettelijk mogelijk geworden om het leger uit te breiden. Ook de ingrijpende militairtechnische ontwikkelingen van na 1880 hebben het Offensief niet kunnen beroeren. Noch de brisantgranaat, noch het rookzwak buskruit, noch de verbetering van het veldgeschut en het worpgeschut, noch het repeteergeweer en het machinegeweer hebben er invloed op gehad. Dus lag het Offensief er bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 net zo bij als in 1878. Ook de Memories van Verdediging zijn in deze periode in wezen niet veranderd. In deze Memories stond uitvoerig opgeschreven wat er in geval van mobilisatie moest gebeuren om de linie in staat van verdediging te brengen. In Naarden en omgeving betekende dit dat er een gevechtsstelling voor de infanterie moest worden aangelegd tussen de werken aan de Karnemelksloot en fort Ronduit. Deze linie volgde onder andere de oostelijke bedekte weg van de vesting en de wal tussen de vesting en Ronduit. Daarachter -tot in het termein ten westen van de vesting- kwamen geschutsopstellingen. Voor de infanterielinie, in een boog ten oosten en ten zuiden van de vesting, lag een rij voorposten. In 1887 lagen deze in de werken I t/m 5 van het Offensief en na Werk 5 bij de Gooise Boer op de landgoederen Oud-Bussem en Flevorama en op de Leeuwenberg aan de Valkeveenselaan.
Rond 1910 vermeldt de beschrijving van de voorpostenlijn dezelfde plaatsen, alleen aangevuld met een post aan de kust bij OudValkeveen. Verder waren de voor de voorposten aangewezen soldaten van naam veranderd. In 1887 hoorden ze tot de Schutterij, een organisatie die niet tot het Departement van Oorlog behoorde maar tot het Departement van Binnenlandse Zaken en pas in oorlogstijd ter beschikking van het leger kwam. Na de opheffing van de Schutterij in 1907 werd haar taak overgenomen door de Landweer, de oud-soldaten van het leger. De Landweer moest daarom ook de bezetting van de voorpostenlijn bij Naarden leveren. Tezelfdertijd waren ook de Nederlandse strijdkrachten sterk in omvang toegenomen en ook dat blijkt uit de plannen voor de Naardense voorposten: in 1887 waren er twee compagnieën Schutterij voor uitgetrokken, rond 1910 vier compagnieën Landweer. Van die vier compagnieën -samen ongeveer 1000 man sterk- zou de helft de voorpostenlijn bezetten. De andere helft zou worden gelegerd bij de commandoposten op 1/2 tot I km daarachter: 600 meter ten noorden van Werk 1, bij de RK kerk van Bussum, bij Jan Tabak en in de suikerfabriek aan de Huizerstraatweg. Hoewel de Memorie van Verdediging vrijwel jaarlijks werd herzien, is er dus alleen op detailpunten het een en ander aangepast; de opzet van het verdedigingsplan hoofdverdedigingslijn langs de oostrand van de vesting en een voorpostenlijn op ongeveer 2 km daarvoor- is na de tachtiger jaren van de 19e eeuw meer dan 20 jaar niet veranderd, vermoedelijk tot 1914 toe.
De Voorstelling Naarden
Wat in meer dan 30 jaar vrede gelijk bleef, veranderde bij de mobilisatie in 1914 binnen een maand. Tijdens de mobilisatie 1914-1918 nam het Veldleger de zogenaamde 'neutraliteits- opstelling' in: twee divisies op de
Veluwe, een in Noord-Brabant en een (de Eerste Divisie) aan de Noordzeekust. Op I september 1914 kreeg de Eerste Divisie van de Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht te horen dat zij in geval van een aanval uit het oosten bevel zou krijgen om bij Naarden een opvangstelling te bezetten voor het Veldleger. De Groep Naarden van de Nieuwe Hollandse Waterlinie was begonnen aan de bouw van deze Voorstelling. De ontworpen Voorstelling bestond uit een kring van infanterieschansen
 op ongeveer een kilometer buiten de oude voorpostenlinie. De commandant der Eerste Divisie was het op enkele punten niet met de ontworpen werken eens: hij wilde de infanterielinie in het noorden verder naar het oosten maken (niet bij de Limitische heide, maar bij de Eukenberg) en de bij de stelling ingedeelde veldartillerie (kanonnen van 8 staal) dichter bij de infanterielinie dan de geplande 1500 meter. Op beide punten kreeg hij Zijn zin. Zodoende ontstond een veldstelling rond een zevental infanterieschansen. Ze lagen in een boog tussen een punt op ongeveer I km ten zuiden van 't Spant in Bussum en de kust even ten oosten van de Eukenberg. Schans 1 lag bij de noordwestelijke punt van de Bussumerheide, schans 2 in het kamp Crailo, schans 3 op de Blaricummerheide, schans 4 op de Tafelbergheide, schans 5 bij de Sijsjesberg, schans 6 op de Naardereng en schans 7 aan de kust op het huidige NTKC-kampeerterrein. De schansen bestonden uit een 120-170 meter lange borstwering die als vuurlijn voor geweerschutters diende en waarin ook schuilplaatsjes waren ondergebracht. Verder waren er vier zware mitrailleurs en een telefoonverbinding met de vesting. Rondom lag een prikkeldraadversperring. Tussen de schansen waren oorspronkelijk borstweringen voor schutters, maar zoals we zullen zien werden deze tussenlinies later veel verder uitgebouwd. Op 250-500 meter achter de infanterielijn lagen 5 batterijen A t/m E met kanonnen van 15 cm K, mobiel geschut van zwaar kaliber. Dit geschut was op grond van de ervaringen van de oorlog van 1870-1871 aangeschaft in 1883. Al kort na de invoering was het eigenlijk al verouderd, want het was van brons en dat was slecht bestand tegen het rookzwak kruit dat juist in die tijd het oude buskruit verdrong. De loop was al na 600 schoten versleten en ook de dracht (5800 meter) was nogal klein. Bij de opheffing van de vestingartillerie in 1927 zijn de 15 cm K kanonnen uit de bewapening verdwenen. In maart 1915 was men al een eind gevorderd met de aanleg van de Voorstelling, zoals blijkt uit een aantal foto's die toen Zijn gemaakt. De Eerste Divisie, die de stelling in geval van nood met twee regimenten (het Regiment Jagers in het vak van schans 5 t/m 7 en het 4e Regiment Infanterie in het vak van schans 1 t/m 4) zou moeten bezetten, werd echter ongeduldig en stuurde een deel van deze
15
regimenten om de Voorstelling af te bouwen. Daarvoor was gerekend op vier weken, maar na acht weken, in juni 1915, was met name het Jagersvak nog niet klaar. Hoe dit verder afliep is niet bekend, maar in maart 1916 klaagde de Eerste Divisie weer dat het Jagersvak nog niet af was en in april werden er opnieuw enkele compagnieën Jagers in de hofstede OudBussem gelegerd om de stelling af te bouwen, deze keer in zes weken. Het is overigens niet onmogelijk dat dit gebeurde omdat de plannen inmiddels waren uitgebreid. In ieder geval blijkt uit gedetailleerde kaarten wat er in september 1916 gereed was; dat vooral de tussenlinies waren uitgebouwd tot een indrukwekkend geheel. Tussen de schansen lag een droge gracht met daarachter een doorgaande infanterieborstwering. Zestig meter naar voren lag een brede prikkeldraadversperring en, in een 80 meter brede strook naar achteren, een netwerk van verbandplaatsen, telefoonposten, schuilplaatsen voor reserves en latrines, alles verbonden door loopgraven. Bovendien lag in de infanteriewal iedere 50 meter nog een schuilplaats voor 30 man. Tussen de schansen had de frontwal een uitstulping naar voren waarin twee kànonnen van 8 staal waren opgesteld die flankerend vuur konden uitbrengen op de gracht en de draadversperring. Deze aanleg vindt men in beide regimentsvakken, maar er is toch ook een verschil. In het 4 RI-vak zijn er in de draadversperring luisterposten die met een naderingsloopgraaf zijn verbonden met de frontwal. Deze ontbreken in het Jagersvak, maar daar Zijn weer op enkele plaatsen van achter de frontwal ondergrondse mijngangen gegraven, op een plek zelfs 200 meter lang.
Uitbreiding van de Voorstelling
Nog voor deze werken klaar waren werden al weer plannen gemaakt voor een uitbreiding van de Voorstelling. In het westen zou de Voorstelling aangesloten moeten worden aan de inundatie, hetzij bij de Hilversumse Meent, hetzij bij de klapbrug in 's-Graveland. De keus viel op de Hilversumse Meent en in augustus 1916 werd met dit werk begonnen. Aan de oostzijde dacht men aan uitbreiding naar de Warande Wolfskamer bij de haven van Huizen. Voor zover bekend is dit niet uitgevoerd, maar een jaar later kwamen er plannen voor nog veel verder gaande uitbreidingen. Na verkregen machtiging van de
16
minister van Oorlog op 14 december 1917 werden deze nader uitgewerkt. Wat ze inhielden is te zien op een kaart uit juni 1918. Op 200 meter voor de schansen 1 t/m 7 zou een nieuwe doorgaande loopgraaflijn komen en daarvoor weer een loopgraaflijn met betonschuilplaatsen die in een vrijwel rechte lijn liep van de klapbrug in 's-Graveland naar de Warande Rijsbergen en de Leeuwenpaal aan de Gooyergracht op de Blaricumse meent. Aan deze laatste linie was men toen al begonnen. Op het kampeerterrein 'De Franse Kamp' liggen 50 betonschuilplaatsen in twee rijen. De voorste, zuidelijke rij bestaat uit schuilplaatsen met een ingang en bestemd voor loopgraafwachten van elk vier man. De achterste rij bestaat uit grotere schuilplaatsen met twee ingangen, bestemd voor 16 man reservetroepen. Deze schuilplaatsen zijn van het zwaarste type dat het Nederlandse leger in die dagen kende. Ze waren ontworpen om een langdurig bombardement van zwaar 15 cm geschut te doorstaan. Dit alles wijst erop dat het hier om meer ging dan een opnamestelling om het Veldleger de kans te geven zich veilig achter de Waterlinie terug te trekken. De legerleiding was teruggekeerd tot het oude plan om bij Naarden een uitvalsbasis voor aanvallend optreden in te richten. Of, zoals de commandant van de Nieuwe Hollandsche Waterlinie het formuleerde: 'De Voorstelling is bedoeld als opnamestelling en in een later stadium als uitvalspoort'. Daartoe was het nodig om hier langdurig stand te kunnen houden. Maar op het Ministerie in Den Haag begon men er blijkbaar anders over te denken want op 12 juli 1918 werden de werkzaamheden opgeschort in afwachting van een beslissing van de nieuwe Minister van Oorlog. Wat op de Franse Kamp in uitvoering was mocht worden afgebouwd maar tot een hervatting van het werk is het niet meer gekomen.
Gooistelling
Na 1918 is de Voorstelling Naarden opgeheven. Vrijwel alles is gesloopt en alleen op een paar plaatsen zijn er nog sporen van te vinden; daar komen we later nog op terug. Eerst nog iets over de Gooistelling, een plan uit 1928 dat veel verder ging dan het Offensief van 1866, de Voorstelling van 1914 of zelfs de voorstellen van Krayenhoff van de Leur uit 1880. Op grond van de ervaringen van de Eerste Wereldoorlog was de Voorstelling te klein bevonden voor een langdurige verdediging. Bovendien kon Amsterdam vanuit het Gooi bestookt worden met langeafstandsgeschut. Daarom werd een stelling ontworpen die niet alleen het Gooi maar ook Soest, Baarn en Eemnes omsloot. De frontlijn sloot bij Westbroek aan bij de inundatie van de Waterlinie en liep vandaar langs Maartensdijk en Hees, om Soest heen naar de oostelijke dijk van de Eem. Daarachter liep wat toen een 'ruglijn' heette en naderhand 'stoplijn' werd genoemd langs het Tienhovens kanaal, de Vuursche, Soestdijk, Baarn en Eemnes.
Resten van de Voorstelling
De Gooistelling heeft alleen op papier bestaan en is snel in de vergetelheid geraakt. In het veld is er dan ook niets van terug te vinden. Wel van de Voorstelling en dan niet alleen de al genoemde betonschuilplaatsen bij de Franse Kamp. Hoewel de rest van de Voorstelling was gebouwd van minder duurzaam materiaal zoals hout en zand, is er toch op enkele plaatsen nog wat van terug te vinden in de vorm van droge grachten, zandwallen en kuilen op plaatsen waar schuilplaatsen hebben gelegen. In Bussum liggen aan de rand van de hei aan het eind van de Laarderweg resten van schans I en verder naar het oosten aan de rand van de bebouwing, voorbij de Lorentzweg, een stuk infanteriewal met voorliggende gracht. Volgt men in Huizen vanaf het zwembad Sijsjesberg de Weg van de Twaalf Schepels, richting Tafelbergheide, dan vindt men in het bos aan de rechterkant diverse overblijfselen van loopgraven en schuilplaatsen. Op ongeveer 350 meter na de Crailose weg begint hier een stuk infanteriewal met voorliggende droge gracht; 150 meter tevoren zijn er in de berm van de weg een paar nauwelijks opvallende verlagingen. Het zijn de sporen van twee ingestorte mijngangen. Deze begonnen achter de infanteriewal -die op dit punt nu verdwenen is- en liepen enkele honderden meters tot onder het voorterrein om daar springladingen aan te kunnen brengen onder de vijandelijke belegeringswerken. Verder naar het noorden gaande, zijn er in het gemeentebos langs de Naarderstraat tegenover het Eikenlaantje de duidelijke resten van batterij E voor 15 cm geschut: vier emplacementen voor kanonnen, kuilen van de bijbehorende schuilplaatsen en naderingsloopgraven. Zo'n 500 meter naar het zuidwesten liggen in het bos achter de huizen met huisnummers 166 t/m 186 van de Nieuwe Bussummerweg de wat minder duidelijke resten van batterij D. En tenslotte liggen er op de Naarder Eng op diverse plaatsen nog stukjes van de infanteriewal, onder andere in een bosje aan de Oud Naarderweg en in de bosrand ten zuiden en zuidwesten van het NTKCkampeerterrein. Al met al is er na bijna 85 jaar dus nog vrij veel van de Voorstelling over gebleven. In een dicht bebouwd gebied als het Gooi is dat wel zeer opmerkelijk!
DORPSBERICHTEN De heren Heyne, Kips, Leegwater, Westland en De Zee wil ik bedanken voor nuttige aanwijzingen en discussies.

Gerrie Otten: onlangs, eerder konden we er helaas nog geen aandacht aan schenken, werd aan ons verenigingslid Gerrie Otten een onderscheiding verleend, die haar tot ridder in de Orde van Oranje Nassau maakte. Zij ontving deze ridderorde voor haar bijdrage aan de kennis over de Huizer klederdracht. Gedurende vele jaren heeft zij haar kennis over deze dracht aan anderen overgedragen. In het begin gebeurde dit door middel van tentoonstellingen in Huizen en omgeving, later in haar klederdrachtmuseum. Vele jaren was Zij directeur van dit fraaie museum. Deze onderscheiding is met recht door haar verdiend. Proficiat!
Lantaarnpalen: door inspanningen van Stichting Behoud het Oude Dorp zijn o.a. in de Havenstraat, Melkweg en Taandersstraat lantaarnpalen van historisch model geplaatst. De aanblik van deze straten is sterk verbeterd; het is te hopen dat er ook voor de andere gedeelten van het Oude Dorp de financiële middelen worden gevonden om historisch verantwoord straatmeubilair terug te plaatsen!
Havenstraat: grote gedeeltes van de oude Balatumfabriek aan de Havenstraat zijn gesloopt, waardoor de voormalige bokkingrokerij van Bout beter in zicht komt. Ondanks het karakteristieke silhouet zijn er geen mogelijkheden deze rokerij ter plaatse te bewaren, in september a.s. worden ze gesloopt.
Misschien zou er een andere plek kunnen worden gevonden in Huizen. Ook zou gedacht kunnen worden aan verplaatsing naar het Zuiderzeemuseum. De directie van dit museum heeft hier echter afwijzend over beschikt. Door deze sloop daalt het aantal oude visrokerijen in Huizen naar drie, een schrille tegenstelling met de meer dan 20 die het dorp Huizen ooit telde.
Oude Haven: de oude havenpier met het havenhoofd uit 1854 wordt binnenkort gesloopt en er zal een nieuwe, moderne pier gebouwd worden. Ook zal het laatste deel van de originele spoelhelling van de haven verdwijnen. Hiermee zijn nagenoeg alle sporen van de oorspronkelijke vissershaven weggevaagd. Het is niet te hopen, dat ook de nieuwe pier een betonnen misbaksel wordt zoals de nieuwe wandelpromenade aan de kop van de haven; het historisch aanzien is daar geheel verdwenen. Van de uitbreiding van de haven zal door de Historische Kring Huizen een videofilm worden gemaakt.
Oude Begraafplaats: er gaan steeds meer stemmen op om delen van deze historische begraafplaats uit 1828 te behouden. De beheerder is echter voornemens alle oude graven, inclusief de karakteristieke westblokken, te ruimen. Hierdoor zal het karakter van dit historische kerkhof ernstig aangetast worden. Haast u om deze historische begraafplaats nog ongeschonden te kunnen bezoeken!
HUIZERTJES
In de rubriek Huizertjes. kunnen particulieren, cultuurhistorische organisaties, leden van de historische kring Huizen, etc. oproepen van niet-commerciële aard plaatsen. Voor grote Huizertjes dient men eerst contact op te nemen met de redactie. De redactie heeft het recht een ingezonden mededeling zonder opgaafvan redenen te weigeren. FotoMonument 2000: door duizenden inzendingen van amateurfoto's van het dagelijks leven wordt een beeld gegeven van Nederland in het jaar 2000. Een van de inzendingen was van de Klederdracht groep Huizen. In het Zaans museum loopt tot 4 juni een expositie van deze foto's. Ook wordt een boek uitgegeven, o.a. met een foto uit Huizen.

Gezocht: de heer J. Snel (Jady), Burgemeester Munnikhuizenstraat 3, 1271 RE Huizen is op zoek naar informatie over de Tweede Wereldoorlog in Huizen. Alle aspecten over voorvallen in 1940-1945, waarbij inwoners van Huizen betrokken zijn geweest, hebben zijn interesse. Dit mede in verband met de jaarlijkse herdenking op 4 mei. Zij die hem willen helpen, kunnen met hem contact opnemen, via telefoon 035-5252382 of op zijn huisadres.
Gezocht: Dirk Brugge zoekt enthousiaste collega's. Namelijk mensen die hem willen helpen met het sorteren en benoemen van het fotoarchief van de Historische Kring Huizen. Het is zeer leuk en ezelli werk! Werkti 'den
in onderling overleg. Voor vrijblijvende inlichtingen: Dirk Brugge, tel. 035-5244003.
Gezocht: een foto van Gerbert Westland (Geb van Lammert van Piet van Lammert) geboren 21.11.1874 en verdronken op zee op
08.02.1906. Geb trouwde in 1903 met Geertje Schaap (10.01.1874 — 30.11.1954); zij kregen één dochter Grietje Westland (1904-1987). Na het overlijden van Geb Westland hertrouwde de weduwe Geertje Westland-Schaap in 1916 met de weduwnaar Dirk Molenaar. De dochter Grietje Westland trouwde in 1927 met de heer Kok. Deze foto van Gerbert (Geb) Westland wordt gezocht in verband met een voorgenomen publicatie. Graag contact opnemen met Klaas Westland, Valkenaarstraat 53, 1271TJ Huizen. Telefoon 035-5242006.

DOORLOPENDE AGENDA
Vrijdag 11 mei 2001 (plus uitvoeringen op 12, 16, 17, 18 en 19 mei)
Toneelvereniging Ontwaakt in het theater "De Graaf Wichman" met de komedie in het Huizers dialect: ' Wéël het 'l ëdaen '. Inlichtingen: de heer F.H.S. Karten, telefoon 035-5251158.
Zaterdag 19 mei 2001
Ruilbeurs van prentbriefkaarten, boeken en gravures van Huizen en 't Gooi in het Huizer
Klederdrachtmuseum aan de Havenstraat 73-75 te Huizen van 10.00-13.00 uur. Inl.: 035-5269080 Donderdag 24 mei 2001 (Hemelvaartsdag)
Optreden Klederdrachtgroep Huizen in de stoomtram Hoorn-Medemblik. Inlichtingen An van Geenen, telefoon 035-5252807 (dit telefoonnummer geldt ook voor de andere shows van de klederdrachtgroep)
18
Vrijdag 25 mei 2001
Presentatie Klederdrachtgroep Huizen op Eibertjesdag in de gemeente Nunspeet Woensdag 18ju1i 2001
Klederdrachtgroep Huizen aanwezig op de Spakenburgse dagen in Bunschoten-Spakenburg Donderdag 19 juli 2001
Presentatie Klederdrachtgroep Huizen in de gemeente Schagen
Dinsdag 18 september 2001
Ledenavond Historische Kring Huizen in theater 'De Boerderij' aan de Hellingstraat 9. Aanvang
20.00. Dialezing door Dirk Rebel over het boerenleven op de meent van Huizen. Zaterdag 3 november 2001
Fietsexcursie Historische Kring Huizen: onder leiding van dr. J.S. van Wieringen over een deel van de
Voorstelling van Naarden in de bossen rondom Huizen. Assistentie zal worden verleend door de Gooise Natuurwacht. Start om 09.30 uur bij restaurant De Kalkovens aan de Havenstraat 111 te Huizen. Duur excursie circa 3 uur. Voor inlichtingen: telefoon 035-5242006 of 035-6211634.
(vanwege de MKZ-beynetting adviseren wij u tijdig na ie gaan of evenelnenten doorgang vinden!)
CURSUS GOOIOLOGIE
Op 18, 25 en 2 oktober 2001 organiseert de vereniging Vrienden van het Gooi weer een leuke en interessante kennismakingscursus over verschillende aspecten van 't Gooi. De kosten zijn fl. 47,50. Voor verdere inlichtingen: Hennie Lamaker, telefoon 035-5264423.
UIT DE OUDE DOOS
Op de foto's in de vorige aflevering Zijn nog geen reacties binnengekomen. Door ruimtegebrek maar een nieuwe inzending deze keer. De foto is ingezonden door mevrouw Bunschoten en laat haar vader zien en een groep harde werkers op het kruispunt Crailoseweg met de Naarderstraat. Deze interessante foto stamt uit de periode 1932-1938 en men is bezig zand, afkomstig van de zandafgraving bij de Sijsjesberg, met een treintje naar de haven te vervoeren. De derde persoon gerekend vanaf links boven, is de heer Lambert Bunschoten. Uw reacties graag naar Ria Rebel, telefoon 035-5262505. Uiteraard ook voor nieuwe inzendingen, uw foto's worden met de uiterste zorg door haar behandeld!