DE RATEL / fEbRuARi 2011

Het jaar 2011 is voor onze kring goed begonnen. Met veel plezier kijken we terug op 27 januari, toen we in de Boerderij bij elkaar zijn geweest met bestuur en alle werkgroepen die actief zijn binnen de Historische Kring. Een bruisende verslaggeving van de werkzaamheden waar u regelmatig iets van ziet of leest in de Ratel. Zo ook in dit nummer! Voor ons bestuur was het een stimulerende bijeenkomst, waarna iedereen weer vol enthousiasme verder gaat. Er staan ook al weer veel nieuwe activiteiten op het programma.
Dan was er 15 februari de ledenavond toen de heer Jan Peet ons over de Gooische Tram vertelde. Fijn dat u met zo velen naar de Boerderij bent gekomen.
Graag noem ik in dit stukje de Elfde Nationale Dialectendag met als thema “Schelden doet geen zeer! Hoe wij elkaar typeren”. Op 26 maart wordt deze dag in Delft gehouden en we gaan er vanuit Huizen naar toe. Verder zijn er op dialectgebied dichter bij huis de voorstellingen van Toneelvereniging Ontwaakt op 3, 4, 5 en 7 maart in Theater Graaf Wichman van een toneelspel in het Huizers. Dat is een waardevolle traditie!
Op 17 mei houden we onze jaarlijkse ledenvergadering, als gewoonlijk in de Boerderij. Na de jaarvergadering zullen “nieuwe oude” dia’s vertoond worden door Pieter van der Poel. Misschien een beetje een wonderlijke term, maar hij heeft ons verzekerd dat het om andere, “nieuwe”, dia’s gaat dan die welke hij enkele jaren geleden voor ons meebracht.
Met de Klederdrachtgroep hebben we ook al een volle agenda. Bovendien houdt de Stichting Tussen Vecht en Eem in oktober 2011 haar jaarvergadering in Huizen met lezingen en andere activiteiten. Het tijdschrift TVE, dat in september uit zal komen, wordt geheel gewijd aan Huizen. De voorbereidingen zijn in volle gang en de Historische Kring is zowel bij het Huizennummer van het tijdschrift als bij de invulling van de dag betrokken. 
Kortom, een actief jaar is al begonnen. Graag tot ziens bij onze activiteiten. 
Met een vriendelijke groet namens het bestuur,
           
Ingrid Groothoff

17 mei     20.00 uur     Jaarvergadering van de Historische Kring Huizen
10 september          Huizer Dag/Open Monumentendag
17 september          Botterdag
15 oktober          Jaarvergadering van de Stichting Tussen Vecht                 en Eem met symposium en excursies in Huizen 
VAN DE REDACTIE VAN DE REDACTIE
In dit nummer vindt u een bijdrage in dialect van Dirk Rebel, een overzicht van waar onze Klederdrachtgroep in 2010 presentaties hield, het eerste van twee delen over Huizen in de Middeleeuwen van Harmen Kos, het verhaal van de boete die de Hervormde Kerk werd opgelegd voor het zingen van het Wilhelmus in 1941 door Fred Schraverus, het verzoek om informatiie over vier van de meer dan 80 gevelstenen die inmiddels door Henk Schipper en Sandra Scholtz zijn gevonden, en foto’s van de afbraak van de panden in de Lindenlaan waar nu de ingang van Albert Heijn is. Met de vraag of onze lezers weten waar een foto uit het archief genomen kan zijn en oproepen van de Klederdrachtgroep en het archief is dit nummer weer gevuld. 
Veel leesplezier gewenst,            
Wendy van Noppen 
    kVAN DE DIALECTWERKGROEPibN DE DIALECTWERK      
In de vurige Ratel hem ik een óproëp ëdaen óm je aigen verhaal in ‘t Huizers in te sturen. Daeróp is een angtwoord ëkómmen die je hierónger vijnden kannen. En as er éën schaep over de dam is … Je hemmen vast een rijk verlejen mót verschaien vurvallen die de meute waerd binnen óm te vertellen. Schrijf ‘t óp, recht uit je hart, en maak je gien zorgen over de spelling, dat regelen wij wel. 
Dien van ’t Emmetjieshout (Ineke van Herwerden)
In de leste Ratel stung een stukkien van de hangd van Gerrit van Jan van Goësen van Geb in ‘t Huizers en wier d’r ëzaid: dat kan jij messchien oëk wel. Ik veulden m’n aigen ‘n bietjen annëspreuken en ik mós zoëmar in éënen denken an ‘n veurval, ik weet nijt hoo vuul jaren wel ëliejen, too ik nog jongkerel was en de boerenkiel nog óm m’n schouwers glee, dat ‘t was in de hooibouw. En dat was vroger een merakels drukke tijd. Parte luien zeggen teugeswoordig ‘hectisch’, mar dat woord bestung too nog nijt. Ik had too een paar hooikampen óp Larenmaet, dat was zoëwat waar nou de straet lait dee de Middelgróngden heet en ik werkten vuul samen mót m’n zwager Kees want dee was oëk alléënig en samen kónnen we goeëd akkëderen.
Dat was een tijd dat zoëwat alles nog mót de hangd ëdaen mós wurren. We hadden wel een vurkiesschudder en een sluuphark, mar as ‘t hooi dan droëg genog was dan wurden de kamp ópëzet; dat wul zeggen mót de hooivurk in je hangd alles óp óppers zetten. De ópper mós een róngde kop hemmen vur as t’r ies een buie regen kwam dan kun ‘t nijt inwateren.
As ‘t dan een paar dagen naeëdroëgd was dan wurden ‘t óp de wagen ëlaaien. Dat was ’n héël secuur werk, an de veur-en-achterkangt wier ‘t hooi in stevige rollen ëdraeid en óm ‘t spul bij mekaar te houwen d’r tussenin ‘t losse hooi ammar andouwen mót je knijen. ’t Hooi óp de wagen steken mót de vurk - dat heetten schoëten - en vur de bovenste paar lagen had je de lange schoëtvurk nodig, mar as t’r dan welderies een goeëie wijnd stung dan was dat een héël gehaister. Dan de wiezeboëm d’r bovenóp, dat was een lange pael van zoëwat twijntig centimeter dikte en vur en achter een hooibain, dat wazzen dikke touwen
en dan an de achterkangt ansórren, dat gebeurden mót twee gorreblukken, éën ónger an de wagen en de are bovenan ‘t uitainde van de wiezeboëm, daer zatten katrollen in en dan kón je dat goeëd anhalen. Dan nog effen ‘t losse hooi van de zijkangten ofkammen en ’t voer hooi was klaer want een vracht neumden we een ‘voer hooi’.
Ik kwam óp een middag mót een voer hooi ‘t darp in deur ‘t hek van Philippo deur. Philippo, een gewezen plisieman was méëntópzichter en hij wooënden eigelijk net buiten ‘t darp want óp de méent net buiten de Koodijk, dat was de schaiding tussen ‘t darp en de méënt, daer had Stad en Langde wat ze neumden een ambtswooëning laeten bouwen, dat huis staet ‘r trouwes nog: 
‘t leste huis an de Méëntweg an je linkerhangd hoek Gooilangdweg. Héël vroger neumden ze dat ‘t hek van Mat, want in ‘t leste huis vur de Koodijk wooënden dikke Mat. Vandaer. Mót ‘t paerd stapvoeëts gung ik bij Poëtjen van Piet Kaier linksof de Valkenaarstraet in en daer leupen twee klaine maissies van een jaar of zeuven, acht.   Too zai die éëne: “Meneerr”, (too al mót wat ze nou neumen de Gooise r)  “meneerr, mogen wij meerijden?” Waaróp dat 

Henny Hannaart
Het wordt een vreemd seizoen, na het zo plotseling overlijden van ons aller Bart van Geenen. Toch gaan we door en An van Geenen blijft onze leidster. Zoals elk jaar starten we op Hemelvaartsdag 13 mei in Hoorn bij de opening van het stoomtramseizoen.
De dag daarop is het weer “Eibertjesdag” in Nunspeet; al voor de 18e keer, de echte start van het Klederdrachtseizoen! We krijgen ook weer een uitnodiging om op 3 juli in Goes te komen presenteren, helaas een wat verregende dag vooral in de middag en dus blijven we gezellig praten in de Grote Kerk. Onze begeleider is een begenadigd verteller over de klederdrachten en mutsen van Zeeland.
Natuurlijk geven we ook acte de présence in Spakenburg en Schagen, respectievelijk 21 en 22 juli. Dan weer een bijzondere uitnodiging voor 31 juli van de 100-jarige Oranjevereniging in Katwijk. Het weer is niet zo best, veel regen vooral ’s morgens en dus treden we de eerste keer niet op vóór maar binnen in het museum in een nettenloods, mooi opgeknapt met de grote houten katrol, zeer breed voor netten, in de nok van de voorgevel. We treden nog tweemaal op, buiten in het centrum. De lunch was zeer apart, ouderwets, warm, n.l. gebakken visje of speklapjes, gepaneerd met stamppot rode kool of snijbonen, best lekker.
Ook Kruiningen vraagt ons weer te komen presenteren. Gelukkig was het op 4 september een schitterende zonnige dag. Er Foto Klederdrachtgroep in Kruiningen was heel veel te doen, o.a. ringsteken op die prachtige Zeeuwse boerenpaarden en boberbabbelaars maken – lekker! Tegen vieren gaan we in optocht door Kruiningen en ook nu krijgen we als afscheidscadeau een zak “juinen” = uien. Op de terugweg gaan we met zijn allen eten, want het is te ver om in één ruk door te rijden naar Huizen.
We zijn ook plotseling uitgenodigd om donderdag 9 september naar een Botterdag in Elburg te komen. Daar wordt een geheel gerenoveerde botterwerf geopend door Prinses Margriet. Als we aankomen, ligt de Elburgse haven al behoorlijk vol met botters, een mooi gezicht. Prinses Margriet komt met een botter aan en loopt om de havenkom naar de andere kant waar de werf ligt, en wij staan aan die kant met o.a. Volendam, Spakenburg, Urk, Nunspeet, halverwege langs de rand. We zijn één van de eersten die het gezelschap ziet en zij zijn erg verrast door onze mooie mutsen. Veel belangstelling voor ons, want ook de burgemeesters van de omliggende gemeentes zijn uitgenodigd en de commissaris van de Koningin.
Na de opening en bezichtiging van de botterwerf nog even Elburg in geweest en na een broodjesmaaltijd terug naar de haven voor een vlootschouw door de burgemeesters. Wij gingen aan boord van de Huizer botters. Ja, ze waren er alle twee en voeren tot het einde van het kanaal en daarna in formatie terug, er waren zelfs twee orkesten aan boord. Een mooi gezicht en nog steeds mooi, droog weer.
Dan is het twee dagen later Huizer Dag en zijn we bij de opening op het Oude Raadhuisplein aanwezig en lopen over de braderie en rond de Oude Kerk. 
Het is een drukke maand, want drie dagen later, 15 september, zijn we in Oldenbroek, waar een zeer grote, uitgebreide braderie of jaarmarkt is. Alleen is er niet zoveel belangstelling voor de klederdrachten, het plein is ook helemaal ingebouwd met kramen – ze zien ons niet! Jammer hoor.
Weer drie dagen later is het bij ons Huizer Botterdag en zijn we gastvrouw/heer van andere klederdrachtgroepen. Een geweldige, maar drukke dag. Pfff..., voorlopig is dit de laatste dag in het pak, al zijn we nog uitgenodigd om half december mee te doen met de wintertochten op Nieuweroord in Baarn, maar dat duurt nog even!
We zijn tot ons aller verrassing uitgenodigd om mee te doen met de wintertochten bij Nieuweroord in Baarn, zowel woensdag 15 als donderdag 16 december. Het is zeer koud die woensdag-namiddag als we naar het receptiegebouw lopen. Gelukkig staan wij binnen aan een leuk kraampje, dat we onmiddellijk bekleden met een echt Huizer tafelkleed. Er staan ook manden met wol en kerstboompjes op en een aantal stoelen eromheen. Alleen als het licht gedimd wordt, is het te donker om te haken of te borduren, dus krijgen we er een ouderwetse schemerlamp bij. Dat is beter! De avonden vliegen voorbij, de heren delen mandarijntjes uit, er wordt veel gevraagd over ’t haken, breien en borduren, over onze kleding, en er worden veel foto’s gemaakt. Er is buiten ook veel te zien, vertellen ze, dus de tweede avond gaan wij in de sneeuw, vóór de menigte uit, ook een kijkje nemen. Er zijn overal verlichte dieren, reuze groot. ’n Sprookjestuin en een kasteel, te veel om op te noemen. Een bijzondere afsluiting van een emotioneel jaar. 
UIT GROOTMOEDERS NAAIDOOS - VERZOEK VAN DE KLEDERDRACHTGROEP 1 UIT GROOTMOEDERS NAAIDOOS - VERZOEK VAN DE KLEDERDRACHTGROEP
Voor het repareren en goed in stand houden van onze Huizer kleren zijn wij op zoek naar oude spulletjes uit grootmoeders naaidoos. Zwarte haken-en-ogen, zwarte drukkers, benen knoopjes, matjesknopen – alles wat niet meer te koop is. Verder zijn we ook heel dankbaar voor ouderwetse metalen brei- en haakpennen, s.v.p. zonder plastic knopjes. Bij presentaties wordt tegenwoordig soms gebreid, of gehaakt maar dat hoort natuurlijk op oude pennen. Wilt u nog eens kijken of u nog ergens in een hoekje iets voor ons zou hebben? Hartelijk dank.
      
An van Geenen
GEZOCHT BOEKEN OVER HUIZEN GEZOCHT BOEKEN OVER HUIZEN
In het archief worden regelmatig verzoeken ontvangen over (oude) boeken en boekjes over Huizen of boeken waar Huizen in beschreven wordt. Mocht u dergelijke boeken tegenkomen bij bijvoorbeeld het opruimen, dan houden we ons aanbevolen. Op dit moment is er een gerichte vraag naar “De Aawud vur Kursaawud” van Henk Rebel. Eventuele reacties graag aan onze secretaris, Dirk Brugge.
HET DORP HUIZEN IN DE MIDDELEEUWEN (DEEL 1HET DORP HUIZEN IN DE MIDDELEEUWEN (DEEL 1)                            Harmen Kos
De Gooise dorpen en de stad Naarden
Het Gooiland telt vanouds vijf dorpen en een stad. Dit waren oorspronkelijk bezittingen van de abdijen Werden en Elten. Ook de Sint Janskerk te Utrecht had lange tijd grondbezit in Laren, (Laer betekent open plaats in een bos). De Gooise dorpen zijn vrij oud. Hilversum, Bussum en Blaricum zijn heemplaatsen (of heim voor woonplaats). Deze waren al voor de Middeleeuwen gesticht.
Ontstaan van de dorpen
Volgens schriftelijke vermeldingen zijn Laren, Hilversum en Blaricum, behalve het stadje Oud 
Naarden, als eersten gesticht. Deze plaatsen worden vanaf 1300 opvolgend vermeld: Laren (Laere), in 1305, Hilversum (Hilfersem), in 1306 en Blaricum (Blarichem) in 1316. De vroegste vermelding van Huizen (Huse, Huussem) is in 1382. In een aantekening over rechtszaken voor de rechterstoel van de graaf wordt vermeld: lieden uit Blaricum en Hilversum, naast de afgevaardigde van des dorps weghens Huussem. In 1387 wordt de eerste dorps-schepenenbank vermeld als: scepene in Larekarspell ende in den Broescom, dit was een lager deel van Laren. Huizen is in 1409 van Naarden afgescheiden als afzonderlijke parochie, maar had al eerder, in 1404, een eigen rechtsgebied. In de stichtingsbrief van een parochie werd dit een pars vicinorum, dat is een buurschap genoemd. Over Huizen is vrij weinig beschreven en bekend.
Een buurschap
Een buurschap was een kleine gemeenschap van circa 200 personen, van vrije buren of boeren, met een eigen bestuur, van zogenoemde buurmeesters (later de schout en schepenen). Na 1400 werden in het Gooiland ook schaarmeesters aangesteld, die moesten toezien op het aantal stuks vee wat op de meenten mocht weiden. De Hollandse graaf had ook weer ambtenaren aangesteld, die zijn belangen moesten behartigen
Het stadje Oud-Naarden in 1350 verwoest
Nadat graaf Willem IV van Holland (1337-1345) kinderloos gestorven was, ontstond er een probleem in het graafschap Holland. Omdat graafschap Holland een zwaardleen was, mocht opvolging alleen in de mannelijke lijn. Hertog Jan van Beieren, beleende daarom zijn vrouw Margaretha - zuster van graaf Willem IV - met graafschap Holland. Zij was echter tegen de erfopvolging door haar zoon Willem V van Beieren. Maar hij was al over het graafschap Holland als stadhouder Willem V aangesteld, maar weigerde echter om aan zijn moeder een jaargeld van 10.000 schilden (7500 gulden) te betalen. Hierom weigerde zijn moeder weer om het bewind aan haar zoon over te dragen. Margaretha zocht toen steun bij andere steden, waartegen haar zoon Willem V zich weer verzette. Dit werd de oorzaak van een lange strijd, die in 1350 begon om na 140 jaar in 1490 te eindigen. Die lange strijd ging de geschiedenis in als ‘de Hoekse- en Kabeljauwse twisten’. De steden die een verbond sloten met graaf Willem V van Holland (1346 - 1358), noemden zich Kabeljauwen. De edelen die het met zijn moeder Margaretha eens waren noemden zich Hoeken. 
In het vroege voorjaar van 1350 trokken de Hoeken onder aanvoering van Dirck van Brederode en Philips van Wassenaar met leden van de Hoekse partij vanuit Utrecht naar het stadje OudNaarden. De inwoners van Oud-Naarden waren namelijk aanhangers van graaf Willem V, en dus Kabeljauwen. Het stadje werd als eerste in brand gestoken en grotendeels verwoest. 
De bouw van de nieuwe stad Naarden 
Graaf Willen V van Holland gaf al op 17 mei 1350 toestemming voor het bouwen van de nieuwe stad Naarden, en hij schreef: Vort soo geven wij haer oorlof, bij deser luyde rade voor screven, eene nieuwe stede te maecken, die te betimmere en te besitten. Mit oorlof een veste te maecken om die stede, daer syt begryepen sullen en bydden alle onse goed luyden die daer omtrent geseten sijn. Dat sij onser stede van Naerden voerden ende helpen vesten ende graven, want er onse luyden en landen wel mede gesloeten sullen wesen. Over de omvang en afmetingen van de stad was niets beschreven, het stadsplan van 1350 is waarschijnlijk onveranderd.
Met hulp van de Naerdincklanders wordt binnen vijf jaar een nieuwe stad gebouwd - die duizend schreden - van het verwoeste Oud-Naarden is gebouwd. De nieuwe stad lag hierdoor veiliger voor overstromingsgevaar van de Zuiderzee. De stad was al in 1355 omgeven door een aarden omwalling, versterkt met houten palen, palissaden genoemd. Op 550 voet afstand buiten de wallen mocht niet gebouwd worden. Omdat de vestigingswerken nog niet gereed waren, en graaf Willem V het wel van belang vond dat de vesting gereed kwam, deed hij opnieuw een gift van 100 pond, en hij schreef erbij: voor Den goeden luden van Naerden te helpe haer porthuus mede te maken. 
De naam van het dorp Huizen
Waarschijnlijk zijn in 1350 na de vernielingen van het stadje Oud Naarden, de bewoners richting Huizen gevlucht en hebben daar een buurschap gesticht dat toen Huse, Huussem en later Huizen werd genoemd. De monniken van het klooster Oud Naarden zouden een kapel voor Sint Thomas in dit buurschap gesticht kunnen hebben, op de plaats waar nu de Oude Kerk staat. Vanuit Huizen zal vanaf 1351 door een aantal bewoners meegewerkt zijn aan de stichting van de nieuwe stad Naarden. Als men dan na het gedane werk weer naar huis trok, ging men naar “de Huizen”.
De baljuw en rentmeesters
Door de Hollandse graaf Willem VI (1404-1417) werd in 1404 het Gooiland als afzonderlijk gebied afgescheiden van Amstelland. Hiertoe behoorden ook Muiden, Muiderberg en Weesp. In die tijd was het bestuur nog niet gescheiden van de rechtspraak: hiervoor benoemde hij een college van schout en schepenen. De baljuw van Gooiland had samen met de schout en schepenen het bestuur en de rechtspraak. Ook stad Naarden en de dorpen hadden een bestuurlijke zelfstandigheid, maar moesten voor rechtspraak naar de stad Naarden. De schout van Naarden was ook schout in Huizen, Blaricum, Laren. Hilversum en Muiderberg. De baljuw ging over bestuurlijke en juridische zaken en een rentmeester ging over het domeinbeheer (zaken die betrekking hadden op de grond). 
Vervolg op blz. 14    Gezicht op Naarden.


BOETE N.A.V. HET ZINGEN VAN HET WILHELMUS OP 31 AUGU BOETE N.A.V. HET ZINGEN VAN HET WILHELMUS OP 31 AUGUSTUS 1941
Fred Schraverus
Begin december 1941 kreeg de Nederlands Hervormde Gemeente in Huizen een brief van de bevelhebber van de veiligheidspolitie en de Sicherheitsdienst. In deze brief werd vermeld dat de kerkelijke Hervormde Gemeente een boete was opgelegd van ƒ 59.450, -. De hoogte van deze boete was gerelateerd aan het aantal (belijdende) kerkleden. Dit betekende dat er ƒ 20,- per lid moest worden opgebracht. Voor die tijd een enorm bedrag. Wat was de reden dat deze boete werd opgelegd?


We leefden midden in de Tweede Wereldoorlog. De Duitsers bezetten ons land. In het jaar 1941 viel Koninginnedag, 31 augustus, op zondag. Op deze zondag werd zowel in de Oude als de Nieuwe (Hervormde) kerk na de dienst spontaan het Wilhelmus gezongen. De eerder genoemde brief resulteerde er in dat nevenstaande mededeling in het Kerkblad van de Hervormde Gemeente van zaterdag 13 december 1941 werd opgenomen.
Voor wat de Oude Kerk betreft werd, geschreven door een N.S.B.-er uit Huizen, hierover een aanklacht bij de Sicherheitspolizei in Amsterdam ingediend. Op grond hiervan werd de boete opgelegd. De aanklacht luidde: 
‘In de Kerk der Nederlands Hervormde Gemeente te Huizen werd op 31 augustus 1941 naar aanleiding van de geboortedag van de gevluchte voormalige Nederlandse Koningin Wilhelmina het Wilhelmuslied aansluitend aan de godsdienstoefening op demonstratieve wijze gezongen’.

De eerder genoemde brief resulteerde er in dat bovenstaande mededeling in het Kerkblad van de Hervormde Gemeente van zaterdag 13 december 1941 werd opgenomen.

In de Oude Kerk ging die zondag Ds. G.J. Koolhaas voor. Hij werd enkele dagen later naar de Euterpestraat in Amsterdam ontboden en over het gebeurde ondervraagd op het bureau van de Sicherheitsdienst. Kennelijk wist de predikant zich goed te verdedigen want, voor zover bekend, heeft het gebeurde voor hem geen nadelige gevolgen gehad. Anders verging het de heer Jan Baas, de organist in de Oude Kerk. Hij was het die die zondag het Wilhelmus inzette, waarop de gemeente spontaan meezong. De heer Baas moest ook in de Euterpestraat bij de Sicherheitsdienst verschijnen en werd enkele weken gevangengezet. Gelukkig kwam hij na korte tijd weer vrij.
De termijn die gesteld werd om de boete te betalen was veel te kort om het gehele bedrag bij elkaar te krijgen. De beide toenmalige predikanten, Ds. Koolhaas en Ds. Vermaas, hebben bij de Sicherheitsdienst het voor elkaar gekregen dat ze uitstel van betaling van de boete kregen. Maar……… het geld moest er komen! Er zijn toen verschillende pogingen gedaan om van de boete af te komen, maar dat mislukte. Een brief van de Algemene Synode der Nederlands Hervormde Kerk had ook geen positief resultaat. Daarna werden er veel kerkleden ingeschakeld om bij de leden geld in te zamelen voor de boete. Binnen één week was er ƒ. 34.000, - ingezameld. Dit bedrag is overgemaakt aan de Rijkscommissaris voor de bezette Nederlandse gebieden. Maar er bleef een restschuld van ruim ƒ 25.000,00. Wat nu?
De beide predikanten hebben contact gezocht met een Duitse legerpredikant in Den Haag. Zij konden met deze collega openhartig spreken omdat deze Duitse dominee zelf een tegenstander was van het nationaal socialisme. Hij heeft voor hen een stuk opgesteld waarin aan de bezetters duidelijk werd gemaakt dat er in Nederland niet, zoals in Duitsland, kerkelijke belastingplicht bestond, maar dat de Nederlandse kerken aangewezen zijn op vrijwillige bijdragen. 
Nadat deze brief is verzonden kreeg Ds. Vermaas later nog een telefoontje met de vraag of bij het overgemaakte bedrag ook de bijdrage van de leden van de kerkelijke collectes begrepen waren, wat inderdaad het geval was. Over de betaling van de rest van de boete heeft de Hervormde Kerk nooit meer iets gehoord.
Nadat het bedrag van ƒ 34.000, - was overgemaakt kwamen er nog enkele bedragen na. In totaal ongeveer ƒ 1000, -. Met de toenmalige penningmeester van de Kerkvoogdij, de heer L. 
Kruijmer, werd overeengekomen dat ze dit geld niet meer zouden overmaken. Voor dit resterende bedrag bedacht men een andere bestemming,
‘Wanneer het God behaagde ons te bevrijden, dit geld te gebruiken om in de Oude Kerk een gebrandschilderd raam te plaatsen ter gedachtenis aan het zingen van het Wilhelmus in het bezettingsjaar 1941’.
Hier is echter tot op heden nog niets van gekomen. Veel jaren later schrijft Ds. Jac. Vermaas hier over: ’Willen we dit geopperde plan toch nog niet vergeten’?
Nu bijna 66 jaar na de bevrijding is de vraagstelling van Ds. Vermaas nog steeds actueel! Bron: Vier Eeuwen Hervormde Gemeente Huizen 1595 - 1995

Henk Schipper
In het vorige nummer van De Ratel werd al gemeld dat enkele leden van de archief-groep begonnen zijn gevelstenen in Huizen te beschrijven en te fotograferen. Intussen hebben wij er al meer dan tachtig opgespoord!
Het valt op dat het vaak kinderen zijn die een eerste steen moesten inmetselen. De namen van deze mensen liggen daardoor, waarschijnlijk niet eeuwig, maar toch wel een heel lange tijd vast in zo’n muur. Hieronder worden vier gevallen daarvan genoemd. Graag zouden we willen weten wie deze kinderen waren, waarom zij dat moesten doen en hoe het verder met hen gegaan is. U kunt contact opnemen met Sandra Scholtz, tel. 5241594, email: bunsbuns@xs4all, of Henk Schipper tel. 5262330. 

1. Op de foto is de tekst moeilijk te lezen. Er staat:
DE EERSTE STEEN | GELEGD DOOR | JAN SCHAAP | EN NELLY SCHAAP | HUIZEN 17 JULI 1930 Deze steen bevindt zich in de zijgevel van Haardstedelaan 16 van MarkTeeuwissen Makelaars. 
Vroeger was hier een kruidenierswinkel en een radiozaak.

2 Steen in de Visserstraat 21. De tekst hier is:
DE EERSTE STEEN | GELEGD DOOR | L. VOS. JR | OUD 2 JAAR | 2 DEC. 1930

3 Deze steen in het pand Koningin Julianastraat 3:
EERSTE STEEN | GELEGD DOOR | ANNA MAGDALENA | WESTLAND | OUD 8 JAAR | 2 DEC. 1934

4 Een raadsel is ook deze steen in het restaurant De Haven van Huizen: 
DE EERSTE STEEN GELEGD | DOOR GESIENA REGTDOORZEE Pd | 12 MAART 1859.  
Het is een oude steen. Niemand kan meer een herinnering aan haar hebben. 
Ook geen naam die in Huizen bekend is. Maar misschien kan een lezer(es) hier iets over vertellen?

 
    WAAR IS DEZE FOTO GENOMEN? WAAR IS DEZE FOTO GENOMEN?    I 
In het archief is een map met foto’s waarvan locatie en/of gelegenheid (datum) niet bekend zijn. Af en toe willen we hieruit een exemplaar gaan publiceren in de hoop dat onze lezers er wel uitsluitsel over kunnen geven. Reacties graag naar het secretariaat. 
Een suggestie voor onderstaande foto was de E. Ludenstraat, maar of dat klopt?


Vervolg van blz. 8.
De functie van baljuw en de rentmeester werd vanaf 1333 door één persoon vervuld. Vanaf 1469 werd het baljuwschap in Muiden en Gooiland gescheiden uitgevoerd door twee personen. 
In die tijd horen we weinig over de dorpen. Wel werd de omwoners van Naarden al in 1376 voorgeschreven om daar op de markt hun handel te doen. Omstreeks 1380 kwam Bussum vrij van Naarden, toen hertog Albrecht het schoutambt van Muiderberg - waartoe Bussum behoorde - aan Naarden toevoegde. De schout en schepenen van Naarden mochten toen kleine vergrijpen berechten. Deze werden voortijds namens de graaf alleen door de Baljuw te Muiden berecht Over het buurschap Huizen zijn weinig gegevens bekend, maar die zijn wel te vinden in de informaties op de verpondingen van 1494 en 1514.
(Wordt vervolgd)